Bij de ochtenddienst van 12 mei.

Zondag 12 mei is de vierde zondag van Pasen. In de traditie heeft deze zondag twee namen. De eerste is ‘Jubilate’, juich of jubel, ontleend aan psalm 66. Ook al zijn we een paar weken verder, de vreugde van de opgewekte Heer klinkt nog altijd door. 

De tweede benaming is ‘Goede Herder’, dit heeft met verhalen uit het Johannesevangelie te maken waarin de beelden van de herder, schapen en de kudde een rol spelen. Jezus die zichzelf de ‘goede herder’ noemt, een titel die in het Oude Testament aan God wordt toegekend. Deze woorden van Jezus zorgen dus voor scherpe tegenstellingen tussen Joden en christenen.

Ik kies voor deze zondag voor het slot van Johannes. Jezus laat zichzelf zien aan zijn leerlingen en hij wijdt Petrus als hoeder van de schapen. Het herderschap krijgt een vervolg in de kerk. Daarbij klinkt een fragment uit Numeri, het laatste uur van Mozes die te horen krijgt dat hij het beloofde land niet in mag. De reactie van Mozes is niet boosheid of een smeekbede om toch het land in te mogen, maar de vraag naar wie het volk zal leiden zodat het geen kudde zonder herder zal zijn.

In het stuk uit Johannes deelt Jezus ook brood en vis. Wij vieren de maaltijd van de Heer met elkaar. Samen eten om de gedachtenis aan Jezus levend te houden. En zo staat de kerkdienst bol van metaforen en rituelen die ons geloof van alledag mogen sterken.

De liturgie voor van de dienst kunt u hier neerladen.

 

Laatst gewijzigd op 6 mei 2019.